Hoofdcategorieën
Home » Harry Potter » When a muggle meets a Weasley. » Hoofdstuk 52: Gone
When a muggle meets a Weasley.
Hoofdstuk 52: Gone
Ik opende langzaam mijn ogen. Het witte plafond, verscheen in mijn zicht.
Zuchtend legde ik mijn arm naast me, om Fred te kunnen strelen.
Mijn hand zocht naar zijn lichaam, maar het enige wat het vond, was lakens.
Geschrokken schoot mijn hoofd opzij.
Enkel lakens lagen naast me. Ik schoot omhoog en keek om me heen.
‘Fred?’ Angstig haalde ik mijn dekbed weg, zodat ik uit bed kon stappen.
Nogmaals zei ik zijn naam, haast fluisterend. Wat als Gauthier hier mee te maken had?
Mijn ademhaling ging steeds sneller. Ik draaide een rondje.
De zon scheen door het gordijn heen, alsof er niets aan de hand was.
Ruw trok ik de gordijnen weg en keek naar buiten.
Een paar mensen liepen door de straat, maar geen Fred.
Haastig liep ik naar de badkamer en trok de deur open.
Niets.
Dan moet hij beneden zijn. Ik denderde de trap af.
De trap eindigde in de winkel, die gesloten was. Het was immers zondag.
Weer riep ik zijn naam. Waar is hij toch? ‘Wat is er aan de hand?’
Jammer genoeg was dat Fred niet. George keek me bezorgd aan.
‘Weet jij waar Fred is.’ Mijn ademhaling was nog steeds niet onder controle.
Mijn hart klopte in mijn keel. George keek me indringend aan, maar zei nog steeds niets.
Zenuwachtig frunnikte ik aan mijn pyjama, beter gezegd, Fred zijn boxer en keek hem vragend aan. George haalde zijn hand door zijn haar, en deed zijn mond open om wat te zeggen. Voor er geluid uit kwam, klonk er een bel geluidje achter me.
Haastig keek ik om.
Weer was het Fred niet, maar meneer Weasley. ‘Is hij al terug?’ Vroeg hij, met trillende stem. George sloeg zijn ogen neer en schudde zijn hoofd.
Een zucht ontsnapte uit meneer Weasleys mond en hij ging op een krukje zitten.
‘Molly is dood ongerust. Sinds die rare brief die Fred heeft gekregen, heeft ze geen oog dichtgedaan.’ Meneer Weasley begroef zijn hoofd in zijn handen.
‘Brief? Welke brief? Gaat er iemand nog vertellen wat er aan de hand is?’ Riep ik verontwaardig. ‘Fred heeft een brief gekregen, van een man. Hij moest bij de Kruidlaan gaan staan, anders zou er iets met jou gebeuren, Veer. Maar sinds hij gisteravond was vertrokken, is hij spoorloos verdwenen.’
De woorden boorden door mijn hart.
Ik wist wie die man was, en waarschijnlijk ook waar Fred was.
Maar ik stond machteloos, ik ben tenslotte maar een dreuzel.
Reacties:

:o:o huuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuh kreet van;....vanalles!!! schok
snel vervolg!! arme Fred en Vera en George en iedereen o nee onee onee!!!
xx
Neeeeeeee