Welkom op FanFic.nl

De Nederlandse website waar je fanfiction kunt lezen én schrijven.

Nu on-line: (0)

Home » Overige » Het geheime rivaalschap tussen Hot & Not {in de maak} » De reddingsactie

Het geheime rivaalschap tussen Hot & Not {in de maak}

16 dec 2010 - 21:46

1741

0

187



De reddingsactie

[/u][u]

Joris' POV


Entschuldigung! Dat was natuurlijk pardon in het Duits! En daar kwam ik nu achter, om drie uur. Nog vijf minuten en dan waren we uit. Dan gingen detective T. en ik, detective J. op onderzoek uit.
Thijs dacht dat ik NOT niet serieus genoeg nam, maar ik wist heus wel dat NOT gevaarlijk was. Ik wilde het gewoon niet weten. Ik wilde het op mijn manier minder ellendig maken. Maar Thijs deed dat op een hele andere manier als ik: Door zichzelf de schuld van alles te geven. Ik vroeg me af welke manier beter was. In ieder geval, als ik overal serieus over ging doen, werd ik helemaal gek.
Ding-dong-ding-dong...
Van schrik schoot ik overeind.
'Zijn we uit?' vroeg ik geschrokken aan Robin.
'Joh,' zei Robin. 'De tijd gaat snel als je slaapt, hè?'
'Ik sliep helemaal niet,' mompelde ik en ik sprong op. Robin lachte, maar ik hoorde het niet eens meer. Ik was op zoek naar Thijs.
Toen ik hem gevonden had, liepen we zwijgend naar onze kluisjes. Tegen Marcel en Simon zeiden we dat we nog naar de stad moesten en even later zaten we op de fiets richting de geheime NOT schuilplaats. Op de laptop van mijn ouders had ik gevonden waar die was. Ik begreep nog steeds niet waarom zij geen actie haden ondernomen.
'Ik haat al dat gelieg,' zei Thijs ineens.
'Welk gelieg?'
'Nou, tegen onze ouders en nu ook weer tegen Marcel en Simon.'
'Het is voor ons eigen bestwil,' zei ik.
'Nee, het is voor Lilly en Noa,' verbeterde Thijs.
'Moeten we omkeren?' vroeg ik licht-geïrriteerd. Waar ging dit gesprek heen?
Thijs schudde zijn hoofd en gaf verder geen antwoord.
Het was weer stil, verschrikkelijk stil.
Ik hield niet van stiltes, ik vond ze eng, omdat je eigenlijk met een stilte meer zei dan met woorden. Deze stilte vertelde me dat Thijs en ik zo verschrikkelijk verschillend waren dat het eigenlijk raar was dat we met elkaar omgingen. Maar we hadden geen keus. Door onze ouders hadden we op een vreemde manier een band met elkaar, terwijl we elkaar nauwelijks kenden.
'Zeg Joris,' begon Thijs.
Ik keek verbaasd op.
'Sorry dat ik kwaad werd in de kleine pauze,' zei Thijs.
'Geeft niet,' zei ik luchtig en ik haalde mijn schouders op. 'Ik ga overal een grapje van maken als iets me niet aanstaat, daarom deed ik zo.'
Thijs lachte, als was het niet van harte. Misschien lag de grimmige sfeer niet aan onze verschillende persoonlijkheden, maar aan de situatie. Ik was bang, dat durf ik best toe te geven. En ik durf te wedden dat Thijs ook bang was.
'Zijn we er al bijna?' vroeg Thijs toen we een smal bospad in fietsten.
Ik haalde mijn home-made routebeschrijving uit mijn jaszak, maar toen ik even om me heen keek, zag ik dat die niet eens meer nodig was.
'We zijn er,' zei ik met een grafstem. Het was een enorme loods, een enorme afgelegen loods in een eng donker bos. Zoals je je in detectives zou voorstellen. Al had ik niet meer het gevoel dat ik in een politieserie zat. Ik voelde me meer als de hoofdpersoon in een horrorfilm. Er liep een rilling over mijn rug.
'Gezellig hier zeg,' zei Thijs sarcastisch. Hij sprong van zijn fiets en zettie die op slot. Hij haalde een zaklamp uit zijn tas. Ik volgde zijn voorbeeld.
Hoe kon Thijs nog zo normaal doen? Ik werd echt compleet gek hier.
'We zijn gestoord,' mompelde Thijs. 'Compleet gestoord.'
'We kunnen nog terug,' probeerde ik.
Thijs keek me kwaad aan. 'We zijn hier dus gaan we naar binnen ook.'
'Goed.'
Stilte. Die kille, ijzige stilte.
'En nu?'
'Geen idee. Ik kan niet zeggen dat ik hier veel ervaring mee heb,' zei Thijs.
'Ik ook niet,' zei ik. 'Maar ik ga hier niet blijven staat. Het is nu of nooit.'
'Nu dus,' zei Thijs.
Vol goede moed liepen we op de loods af.

Thijs' POV


Mijn zaklamp kwam goed van pas in de donkere loods van NOT. Joris en ik liepen naast elkaar, onze ogen gericht op de eindeloze gang voor ons. De eindeloze, donkere gang. Plotseling hoorde we stemmen.
'Denkt u dat het zal werken?'
'Ik denk dat we geen andere keuze hebben, Saskia.'
Ik trok de eerste de beste deur open en trok Joris mee de kamer in.
'Toch hadden we beter die twee jongens kunnen nemen,' zei Saskia. 'Het is verkeerd om die meiden erbij te betrekken.'
'Saskia!' brulde de mannenstem.
Aan de stemmen te horen waren de NOT medewerkers nu vlakbij de deur waarachter Joris en ik verstopt zaten. De voetstappen kwamen steeds dichterbij. Ik was doodsbang, maar ook nieuwsgierig. Ik kroop dichter naar de deur toe om de stemmen beter te kunnen horen.
'Ik heb je ons plan toch uitgelegd? Die twee jongens zijn net zo naïef als hun ouders. Zodra ze erachter komen dat hun twee klasgenootjes door ons zijn ontvoerd, komen ze vanzelf hier heen. Zo simpel is het!'
De mannelijke persoon grinnikte zachtjes.
Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik had het kunnen weten. Joris en ik waren recht in de val van NOT gelopen!
'Ik blijf erbij dat we die meiden er niet bij hadden moeten betrekken,' mopperde Saskia.
'SASKIA!' schreeuwde de man.
'J-ja,' mompelde Saskia.
'Denk aan de hoorn!' siste hij. 'Alles voor de hoorn - weet je nog! We mogen niet stoppen nu!'
'D-de hoorn,' stotterde Saskia.
'Ja,' siste de man. 'Onthoud waar we het voor doen.'
De man grinnikte opnieuw en de voetstappen gingen verder, ze verdwenen in het niets.
Ik voelde een vlaag van woede in me opkomen. Alles was voor de hoorn! De zogenaamde hoorn die zogenaamde wensen kon vervullen... Hadden ze dan helemaal geen gevoel meer!? Lilly en Noa zaten hier, in de kou, in de duisternis, helemaal alleen. Alleen maar omdat NOT de hoorn van HOT wilde hebben. Egoïsten.
'Thijs?'
Ik keek Joris aan, hij zag lijkbleek.
'Zullen we maar op zoek gaan naar Lilly en Noa?'
Ik knikte en duwde de deur weer open. Toen we weer in de lange, donkere gang stonden, knipte ik mijn zaklamp weer aan en we liepen zwijgend verder. Ik dacht over onze actie na en ik wist dat we gek waren. Knettergek. NOT was gevaarlijk en dat wisten we. Maar we waren te koppig geweest om erover na te denken en nu was er geen weg meer terug. Die was er wel, maar nu we zo ver waren, wilde ik echt niet meer terug, mijn wil om Noa en Lilly hieruit te krijgen was altijd nog sterkter dan mijn angst. Ze zijn wel slim, NOT. Lilly en Noa, wij, onze ouders, de hoorn... De hoorn kon me niet eens iets schelen. Dat Lilly en Noa in de kou en in het donker zaten, doodsbang. Dí¡t kon me iets schelen.
Mijn gedachten dwaalden weer af naar Noa en het telefoongesprek. Wat was er gebeurd? Was alles wel goed met haar? Ik zou het mezelf nooit vergeven als er iets ergs met haar was gebeurd...
'En nu?' zei Joris. Dat was zijn favoriete zin volgens mij.
Ik schrok op uit mijn gedachten en richtte mijn zaklamp op een de gang die voor ons lag. De gang eindigde in een deur.
Ik gaf geen antwoord, maar liep door. Ik had geen behoefte om te praten. Ik wilde Noa zien. Ik wilde weten hoe het met haar was.
'Thijs,' siste Joris. 'Je weet nooit wat er achter die deur zit!'
'Ik ga niet terug voor we Lilly en Noa hebben gevonden,' zei ik koppig. 'En aangezien dit de enige weg is, gaan we hier heen. Je mag teruggaan als je wilt, maar ik ga verder.'
Ik pakte de deurklink vast en Joris zei: 'Wacht, ik ga mee!'
Ik knikte licht-geïrriteerd en trok de deur open. Joris richtte meteen zijn zaklamp naar binnen, alsof hij verwachtte dat er een NOT medewerker achter stond. Dat was natuurlijk niet zo, dat gebeurde alleen in slechte detectives. Er klonken wel stemmen uit de ruimte.
Ik gebaarde naar Joris dat hij stil moest zijn en toen hij knikte, sloop ik de ruimte in. Recht voor me was een trap, een houten trap die eruitzag alsof de treden ieder moment door konden breken als je erop zou stappen. Links was een opslagplaats waar allerlei dozen stonden. Ik wilde niet een weten wat erin zat.
Maar ik wilde de mensen afluisteren, dus sloop ik de opslagplaats in en verschool me achter een doos. Joris deed hetzelfde. Ik spitste mijn oren en luisterde.
'Goed dan, nog één keer,' zei een norse, geïrriteerde stem. 'Wat weet je van Thijs en Joris?'
Ik sloeg mijn hand voor mijn mond om te voorkomen dat ik het niet uit zou schreeuwen en keek Joris geschrokken aan. Joris keek geschokt terug.
De persoon waarmee de man sprak, antwoorde waarschijnlijk niet, want de man bulderde: 'Ze zitten bij je in de klas! Hoe moeilijk is het om een beetje informatie te geven!?'
Ik hoorde geritsel en daarna volgde een doodse stilte. Plotseling sprak er een meisjesstem: 'Als je me vermoord, zul je het nooit weten.'
Ik ontplofte bijna, dat was Noa! Ze gingen haar toch niet echt vermoorden!? Ik bleef roerloos zitten en ik vervloekte mezelf, dat ik niet opstond om die vent eens flink de waarheid te gaan vertellen.
De man gaf een grom en smeet iets op de grond. 'Mijn collega zei al dat je zo'n bijdehante tante was!'
Ik sloot mijn ogen en wenste dat ze Noa niets aan zouden doen.
'Tja,' zei Noa kalm en daarna volgde een soort van "pats". Waarschijnlijk had de man Noa geslagen. Het was even pijnlijk stil, maar na een minuut klonk Noa's stem zwakjes: 'Denk maar niet dat ik het je nu ga vertellen.'
'Noa?!' riep een andere meisjesstem, Lilly.
'Houd je mond,' snauwde de man naar Lilly.
Er klonk gestamp en de man mompelde: 'Ik ga de baas erbij halen.'
Ik hield mijn adem in toen de man langs de opslagplaats liep waar Joris en ik ons schuil hielden.
Maar de man beende kwaad door en smeet de deur achter zich dicht. Ik ving een glimp van hem op: Breedgeschouderd, stevig gebouwd en kort, vettig haar.
'Thank God, hij is weg,' zei Noa.
'Noa, je moet echt voorzichtiger doen,' zei Lilly bezorgd. 'Kijk nu hoe hij je heeft toegetakeld!'
Bij die zin sprong ik op.
'Stil,' zei Noa, ik hoorde de angst in haar stem. 'Wat was dat?'
Ik wenkte Joris dat hij moest komen en liepen naar de trap toe. Ik haalde diep adem en zei zacht: 'Niet schrikken, wij zijn het, Joris en Thijs.'
Joris en ik liepen de trap af en ik knipte mijn zaklamp aan. Ik zag Noa en Lilly meteen. Achter tralies. Noa zag er vreselijk uit. Haar gezicht zat vol met schrammen en haar blik was vol met angst. Ze had tranen in haar ogen.


Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit verhaal.