Hoofdcategorieën
Home » Overige » Morning Dew » Eén
Morning Dew
Eén
‘Wie ben ik?’
Mijn stem trilde. Ik wist niet waar ik was, of wie me had gevonden, maar ik voelde me veilig. Vertrouwd. Het overweldigende zonlicht scheen in mijn ogen, liet me huiveren. De dekens waar mijn lichaam in lag gebakend voelde heerlijk aan. Alsof iemand werkelijk voor me zorgde.
‘Ever,’ fluisterde een zachte stem. Mijn naam? Was dit mijn naam? Ever… Ik schoot geschokt overeind en staarde in de ogen van een jongen die vele herinneringen in mijn hoofd liet dansen. Ze vertelden verhalen. Vertelden me over mij.
‘Wie ben jij?’ stamelde ik. Zijn ogen lachten naar me. Hij had deze reactie duidelijk niet verwacht. Maar wat kon hij anders verwachten? Dat ik hem zou omhelzen, bedankend voor wat hij gedaan had? Om eerlijk te zijn wist ik niet eens wat hij gedaan had.
‘Mijn naam is Aaron. Je ligt in het St. Petersen ziekenhuis. Niet ver buiten de stad.’ opnieuw schoten herinneringen door mijn hoofd.
Ik zet mijn stap vooruit om de deur uit te lopen, maar hij… hij houd me tegen. Wil me bij zich houden. Er ontstaat een gevecht. Schreeuwend zeg ik hem dat ik hem niet meer wil spreken. Dat wat wij hadden nooit waar kon zijn. Ik houd niet meer van hem. Nooit meer.
Ik hapte naar adem en gooide mijn benen het bed uit om te kunnen lopen. Alleen net toen ik mijn eerste stap zette, trok Aaron me terug. Zijn hand om mijn arm geklemd, dwingend me te laten liggen. Ik fronste. Waarom hield hij me niet gewoon gaan? Ging het zo slecht met me?
‘Blijf liggen, je moet op kracht komen.’ zei hij en legde zijn hand tegen mijn voorhoofd. ‘De koorts is al gezakt. Je ouders zitten hierbuiten te wachten. Zal ik ze halen?’
Ouders? Had ik ouders? Mensen die mij hadden opgevoed? Ik knikte om te zien wie deze mensen waren.
Ze stonden al snel naast mijn bed. Hopend dat ik iets tegen hen zou zeggen. Ze wachtten. Ze keken hoe ik mijn water dronk. Alsof ik een of ander vreemd wezen was dat ze bewonderden.
‘Ever, ik ben zo blij dat je wakker bent!’
‘Laat me los!’ riep ik tegen de vrouw met dezelfde bruin, krullende haren die ik had. Ze schok. Deze reactie had ze overduidelijk niet verwacht. Tranen vulden haar ogen, maar waarom? Deze mensen konden niet mijn ouders zijn.
De man die al deze tijd zijn mond had gehouden, liep naar me toe en legde zijn hand op die van mij. Voor een moment liet ik het toe, maar zodra ik zag welke betekenis het had, de betekenis van vader en dochter, trok ik hem terug. Zonder na te denken ging ik liggen en draaide ik mijn rug toe naar de mensen die dachten dat ze voor mijn ouders konden spelen.
‘Laat me alleen,’ beviel ik ze en sloot mijn ogen. De verschillende vragen leken door mijn hoofd te spelen, maar deze waren niet van mij. Dit waren niet mijn vragen.
Zal ze met ons spreken? Waarom doet ze dit? Hebben wij iets gedaan? Mijn dochter… zij is toch mijn dochter? Waarom, kindje? Waarom?
Mijn hoofd begon te bonken toen ik nog meer vragen liet rondzwerven. Tranen prikten in mijn ooghoeken. De intense pijn werd sterker. Ik kon me niet verzetten. Ik kon niets doen om dit te laten stoppen.
‘We zullen met haar praten,’ zei Aaron geruststellend en begeleidde de twee mensen naar buiten. ‘ze is nog erg verward. Het draait wel bij.’
Het draait wel bij? Het draait wel bij?! Was hij helemaal gek geworden! Die mensen waren mijn ouders niet! Ze zouden ze nooit geweest kunnen zijn en worden ze nooit! Nooit!
‘Dat waren mijn ouders niet,’ gromde ik toen hij weer terug was gelopen.
‘Dat waren ze wel,’
‘Waarom herkende ik ze dan niet?’ wierp ik ze toe en hij kwam met een diepe zucht op de rand van mijn bed zitten. Hij keek geschokt, zag de tranen in mijn ogen en veegde ze weg.
‘Omdat je sinds het ongeluk je geheugen kwijt bent, Ever.’ zijn stem was kalm. Hield me rustig.
‘Wat is er gebeurd?’ fluisterde ik toen ik recht op ging zitten en in zijn oprechtte ogen keek. Diepblauw met een zilvergrijze rand aan de pupil. Ze waren wonderschoon. Betoverend.
‘Toen je door de donkere bossen liep met je zusje, Ameria… Er viel een boom om die zorgde dat jij en Ameria eronder terecht kwamen. Jullie waren bijna dood. Je ouders brachten jou nog net op tijd naar het ziekenhuis. Ameria was er al niet meer...’
Ik huiverde.
‘Ameria…’ mompelde ik en probeerde opnieuw op te staan, maar opnieuw trok Aaron me terug en keek me met een strenge blik aan.
‘Waar dacht je naar toe te gaan?’
‘Naar die mensen. Als ze mijn echte ouders zijn moeten ze me iets vertellen over mezelf. Ik wil weten wie ik ben.’ met veel moeite hielp Aaron me van het bed en begeleidde me naar de deur alsof ik een invalide was. Natuurlijk deed hij het uit voorzorg, maar prettig vond ik het niet.
‘Mr. en Mrs. Moara,’ Aaron liep samen met mij naar de mensen toe. Ze lachten toen ze zagen dat ik hen ook een zwakke glimlach toewierp.
‘Herinner je ons, Ever?’ vroeg de vrouw en ik schudde mijn hoofd.
‘Het spijt me…’ mijn stem was slechts een trilling. Een zachte fluistering, maar ze leek het toch te verstaan. Ze zuchtte, maar glimlachte daarna. Alsof ze het begreep.
‘Kunnen jullie iets over mij vertellen?’ vroeg ik en de vrouw keek op met een gezicht dat boekdelen sprak. Ze begreep niet helemaal waar ik het over had, maar toen ze zag dat ik het echt wilde weten, begon ze met spreken.
‘Wat wil je weten, Ever?’ haar stem was net een melodieus gezang. Gelijkmatig en hoog. Prachtig, zelfs.
‘Je was altijd erg eigenwijs,’ zei de man en kwam bij zijn vrouw zitten, die misschien toch mijn moeder was. Ik keek glimlachend op. Eigenwijs? Ja, dat zou ik nog best geloven. Ze vertelden me verhalen over hoe ik op paarden reed en naar ze keek als ik boos was of iets niet begreep. Ik was een meisje dat veel geheimen met zich mee droeg, maar altijd aan de zijde van haar familie bleef. Eigenwijs was ik zeker, maar ook zorgzaam. Ik zorgde voor vogeltjes als ze gewond waren. Gaf ze te eten, zong voor ze.
Maar zodra ze me vertelden over het ongeluk, staarde ik voor me uit, alsof ik alleen nog maar een leeg omhulsel was. Ik wist niet wat ik hoorde…
OMYGOSH
THIS
IS
AMAZING ;O